auto met kilometerblokker: vatbaar voor onttrekking aan het verkeer?
Op 17 maart 2026 heeft de Hoge Raad een aantal uitspraken gewezen in zaken waarin auto’s met kilometerblokkers (kilometerblocker of kilometerstopper) wel of niet aan het verkeer waren onttrokken.
Het aanbrengen van een kilometerblokker in een auto is in Nederland strafbaar gesteld in art. 70m WVW 1994. Volgens art. 3 lid 2 Besluit Voertuigen is het de eigenaar van een voertuig bovendien verboden om dat voertuig te (laten) rijden indien in dat voertuig een apparaat aanwezig is dat geschikt is om de teller van een motorrijtuig stil te zetten of te manipuleren.
Naar de mening van het O.M. is het ongecontroleerd bezit ervan in strijd met de wet of het algemeen belang. Het gebruik van een kilometerblokker kan volgens het O.M. leiden tot misleiding bij de verkoop of het onderhoud van een voertuig en wordt als fraude beschouwd.
Het standpunt van het O.M. lijkt niet geheel juist nu niet is in te zien waarom zo’n auto - na het verwijderen van een verboden kilometerblokker en eventueel ook nog met een gemanipuleerde kilometerstand - een zodanig groot gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert dat een dergelijke auto nooit meer in het verkeer zou mogen komen terwijl de aan het leggen en handhaven van beslag te stellen eis van subsidiariteit en proportionaliteit zich verzet tegen het voortduren zonder genoegzame gronden van het beslag op een voertuig met substantiële waarde ten nadele van een klager/bezitter die geen wetenschap had van de in de auto aanwezige kilometerblokker.
Advocaat-generaal Spronken wijst er op dat bij alledaagse voorwerpen waarvan het gebruik in de maatschappij wordt geaccepteerd in beginsel niet vatbaar zullen zijn voor onttrekking aan het verkeer. Zij zijn immers (anders dan bijvoorbeeld vuurwapens) uit hun aard niet gevaarlijk. Dat uitgangspunt geldt ook voor auto’s. Een auto is op zichzelf niet van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit van een auto in strijd is met de wet of het algemeen belang, ook niet als kan worden vastgesteld dat die auto in verband staat met een begaan strafbaar feit. Een mogelijkheid tot herstel van het voertuig in een staat die maakt dat het bezit niet langer in strijd met het algemeen belang kan worden geacht, kan aan de onttrekking aan het verkeer van dat voertuig in de weg staan. Aan de andere kant kan het algemeen belang ook worden ingekleurd door meer maatschappelijke belangen, zoals een effectieve criminaliteitsbestrijding. Als die belangen door het bezit van het voorwerp worden doorkruist, kan dat voldoende grondslag zijn voor het oordeel dat het ongecontroleerd bezit van dat voorwerp in strijd is met het algemeen belang.
Zij meent dat de aanwezigheid van een kilometerblokker inderdaad maakt dat het ongecontroleerde bezit van desbetreffende auto in strijd komt met het algemeen belang zolang die kilometerblokker daar niet uit is verwijderd. Maar de vraag of een auto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer is echter mede afhankelijk van de vraag of er een mogelijkheid bestaat tot herstel, waardoor het ongecontroleerde bezit van de auto niet langer in strijd met de wet en het algemeen belang is. Als de verwijdering van de kilometerblokker uit de auto een relatief simpele ingreep is en de auto vervolgens in een staat wordt gebracht die maakt dat het ongecontroleerde bezit van de auto niet langer in strijd is met de wet of het algemeen belang, is een onttrekking aan het verkeer in haar ogen niet aan de orde. Of de auto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, hangt dus volgens haar af van het antwoord op de vragen:
a) Is het verwijderen van een kilometerblokker inderdaad een relatief simpele ingreep?
b) Verkeert de auto daarna in een staat die maakt dat het ongecontroleerde bezit ervan niet langer in strijd is met het algemeen belang, zijnde het criterium dat na de verwijdering van de kilometerblokker nog overblijft?
Naar haar mening zijn auto’s waarin zich een kilometerblokker bevindt, niet vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het verwijderen van een kilometerblokker is immers een simpele ingreep, waarvoor in het kader van een vordering tot onttrekking aan het verkeer de belanghebbende in de gelegenheid moet worden gesteld als de kilometerblokker nog niet verwijderd is. Zodra dat gebeurd is, is het ongecontroleerde bezit van een auto met een onjuiste kilometerstand is niet in strijd met de wet of het algemeen belang.
De Hoge Raad heeft in zijn uitspraken voorop gesteld dat een personenauto niet zonder meer van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Dat wordt niet anders op de enkele grond dat in die auto door de politie een kilometerblokker is aangetroffen die daaruit al is verwijderd, of die – met niet meer dan redelijke inspanningen – daaruit kan worden verwijderd.
Toch kan onder omstandigheden een auto waarin een kilometerblokker is aangetroffen in aanmerking komen voor onttrekking aan het verkeer. Zo’n geval kan zich voordoen als de rechter vaststelt dat de auto – ook na de verwijdering daaruit van de kilometerblokker – een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt, terwijl het aan dat gevaar ten grondslag liggende gebrek niet met redelijke inspanningen kan worden hersteld. De enkele omstandigheid dat de kilometerstand mogelijk niet juist is, brengt niet mee dat de auto daadwerkelijk een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt.
Daarnaast kan zo’n geval zich voordoen als de rechter vaststelt dat – ook na de verwijdering van de kilometerblokker – het normale handelsverkeer ten aanzien van de auto wordt belemmerd doordat de waarde van de auto onduidelijk of te hoog is als gevolg van de kans dat de kilometerstand op de kilometerteller wezenlijk lager is dan het daadwerkelijk met die auto gereden aantal kilometers. Zo’n belemmering van het handelsverkeer wordt in voldoende mate voorkomen als i) de correcte kilometerstand inmiddels is hersteld of in voldoende mate is benaderd op de kilometerteller, of ii) het gegeven dat de kilometerstand van de auto niet betrouwbaar is op een eenvoudige manier – bijvoorbeeld door een registratie bij de Dienst Wegverkeer – voor derden kenbaar is gemaakt.
Het OM moet in deze gevallen ervoor zorgen dat voldoende technische informatie over de auto zich bij de (proces)stukken bevindt.
Dat betekent dat de zaken naar de rechtbank terug zijn gewezen zodat e.e.a. alsnog zal kunnen worden afgedaan op basis van de door de Hoge Raad gegeven aanwijzingen.
Zie voor 1 van de uitspraken:
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2026:352&showbutton=true&idx=11Terug naar overzicht